Het werk organiseren

De zorg voor ouderen verandert in hoog tempo. Steeds meer mensen blijven langer thuis wonen, terwijl ouderen die naar een woonzorglocatie verhuizen juist zwaardere en complexere zorgvragen hebben. Deze verschuiving vraagt om wendbare teams, passende ondersteuning en een toekomstbestendige manier van werken. In 2025 speelde de Zorggroep hier actief op in met versterking van deskundigheid, aandacht voor complexe zorg en verdere professionalisering van de organisatie.

De cliënten en bewoners

Intramuraal groeide in 2025 het aantal plaatsen voor ouderen met psychogeriatrische of somatische problematiek. Het aantal plaatsen voor eerstelijns verblijf en geriatrische revalidatie bleef stabiel. Het aantal cliënten met een volledig pakket thuis (VPT) nam af.

Ook de samenstelling van de bewonersgroep veranderde licht. Het aantal indicaties met lagere zorgzwaarte, nam af en nam het aantal indicaties met hogere zorgzwaarte toe. Deze ontwikkeling past in de landelijke en regionale trend van toenemende zorgzwaarte en sluit aan bij het beleid van de Zorggroep om zich meer te richten op complexere zorgvragen.

Extramuraal groeide in 2025 het aantal cliënten dat gebruik maakt van thuiszorg en dagbegeleiding.

Project zorgverzwaring

In lijn met het landelijke beleid en het inkoopbeleid Wlz 2024–2026 van zorgkantoor Zilveren Kruis werkt de Zorggroep aan een verschuiving van lichtere zorg naar complexere zorg, waarbij behandeling vaker onderdeel is van het aanbod. Om deze ontwikkeling te begeleiden is het project zorgverzwaring gestart.
Het doel is passende intramurale ondersteuning te bieden aan cliënten met een complexe hulpvraag. De Zorggroep werkt hiermee toe naar een toekomstbestendige structuur waarin vooral cliënten met een indicatie VV5 of hoger verblijven.

In 2025 is onderzocht welke bouwkundige aanpassingen nodig zijn om beter aan te sluiten bij de veranderende zorgvraag. Daarnaast volgden medewerkers scholing in triëren en klinisch redeneren. Deze scholing is positief ontvangen en draagt bij aan meer professioneel zelfvertrouwen bij complexe situaties.
De scholing Sterk in psychogeriatrie en somatiek loopt nog. Evaluaties lieten wisselende ervaringen zien. In samenwerking met Landstede Groei Opleidingen is de inhoud aangepast zodat deze beter aansluit bij de praktijk. Scholing wordt inmiddels opgenomen in de doorlopende leerlijnen van leren & ontwikkelen. Daarmee is deskundigheidsbevordering structureel geborgd.

Door de toenemende complexiteit van hulpvragen wordt ook de samenwerking tussen zorgteams, behandelaren en externe partners intensiever. Verdere versterking van de multidisciplinaire samenwerking krijgt in 2026 aandacht.

Medewerkers en vrijwilligers

Op peildatum 31 december 2025 waren 1894 medewerkers in dienst, samen goed voor 1056,4 fte. In 2025 is de totale formatie iets gegroeid. De grootste groei was zichtbaar bij de functies helpende plus, leerling helpende en gastvrouw/-heer. Tegelijk nam het aantal verzorgenden IG en wijkverpleegkundigen in de thuiszorg af. Deze ontwikkeling hangt grotendeels samen met de krapte op de arbeidsmarkt, met name bij de functie verzorgende IG. Onder deze druk worden vaker medewerkers met een andere of lagere kwalificatie ingezet. Hierdoor neemt de vraag naar helpenden toe. Dat is ook de reden dat de Zorggroep inzet op het opleiden van leerlingen helpende en helpende plus.

In 2025 waren 1157 vrijwilligers verbonden aan de Zorggroep. Dit aantal is de afgelopen jaren vrij stabiel gebleven. Er is een grote vaste kern vrijwilligers die zich al meer dan tien jaar inzet. Daarnaast groeit een groep vrijwilligers met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld mensen die via vrijwilligerswerk werkervaring willen opdoen. Deze groep vraagt vaak meer begeleiding en ondersteuning. Niet alle medewerkers zijn hierop voorbereid. Binnen het programma Informele zorg krijgt dit in 2026 extra aandacht.

De inzet van deze tweede groep vrijwilligers is vaak korter. Tegelijk blijft hun bijdrage belangrijk voor het dagelijks leven van bewoners. Daarom werkt de Zorggroep aan verdere professionalisering, zowel bij de start van vrijwilligerswerk als bij de begeleiding door medewerkers.

Leerlingen

In 2025 waren 85 leerlingen in opleiding in de Zorggroep: leerlingen verzorgende IG, verpleegkunde, helpende en hbo-verpleegkunde. Omdat de behoefte aan helpenden groeit, is gestart met het opleiden van meer leerlingen helpende. Bij gebleken geschiktheid kunnen zij ook het keuzedeel helpende plus volgen.

Daarnaast kunnen woonzorgassistenten worden geschoold via het mbo-certificaat individuele basiszorg. Deze medewerkers stromen vaak door vanuit de functie gastvrouw/-heer. Zij vormen een grote en gewaardeerde groep in de organisatie en worden opgeleid via het ROC.

De huidige aantallen leerlingen en opleidingsrichtingen sluiten goed aan bij de verwachte personeelsbehoefte. Wel vraagt de begeleiding van leerlingen blijvende aandacht.

In 2026 wordt verder onderzocht welke opleidingsvormen het beste aansluiten bij de toekomstige arbeidsmarkt. Daarbij wordt gekeken naar kleinere leereenheden, het opleiden via mbo-certificaten en het versterken van samenwerking met hbo- en MZ-opleidingen. Daarnaast krijgt het opnemen van informele ondersteuning in de werkroosters verdere aandacht.

Teamgrootte

In 2025 startte de Zorggroep een verkenning naar de vraag of grotere teams en andere manieren van samenwerken kunnen helpen bij de toenemende zorgzwaarte en de krapte op de arbeidsmarkt. Ook de samenwerking met naasten en vrijwilligers speelt hierin een rol. De samenstelling van teams verandert steeds vaker. Teams bestaan in toenemende mate uit medewerkers met verschillende achtergronden en opleidingsniveaus. De verkenning laat zien dat de mogelijkheden voor grotere teams soms worden beïnvloed door de indeling van gebouwen. Ook wordt onderzocht of verpleegkundigen of verzorgenden IG flexibeler over meerdere afdelingen kunnen werken.
Gesprekken met medewerkers laten zien dat vragen over verantwoordelijkheden in deze nieuwe werkwijzen een rol spelen. In 2026 wordt de verkenning voortgezet en is er aandacht voor de vragen en ervaringen die daarbij naar voren komen.

Verzuim

Het verzuimpercentage in de Zorggroep bedroeg in 2025 9,13%. Voor zorggebonden functies lag het verzuim op 9,63% en voor niet-zorggebonden functies op 6,65%. Binnen de zorgfuncties was het verzuim het hoogst bij helpenden plus en verzorgenden in de wijk.

In 2025 is het project inzetbaarheid en verzuim afgerond. Dit project resulteerde in een aangepast verzuimbeleid en nieuwe instrumenten en werkwijzen die leidinggevenden en medewerkers ondersteunen om regelmatig met elkaar in gesprek te blijven over inzetbaarheid. Dit geldt ook wanneer medewerkers door ziekte of andere omstandigheden tijdelijk niet kunnen werken. Ondanks deze inspanningen is het verzuimpercentage in 2025 nog niet gedaald.

Uitvragen bij medewerkers

In 2025 is organisatiebreed een preventief medisch onderzoek uitgezet. De resultaten hiervan worden in 2026 verder geanalyseerd en besproken.

Daarnaast zijn medewerkers meerdere keren gevraagd een vragenlijst in te vullen in het kader van de herijking van de strategische koers van de Zorggroep. Vanwege het aantal onderzoeken is besloten het tweejaarlijkse medewerkeronderzoek door te schuiven naar 2026.

Risico’s

Veiligheid, preventie en hygiëne

In 2025 lag de nadruk op het borgen van veiligheidsprocessen en het versterken van een preventieve cultuur, met bijzondere aandacht voor hygiëne en brandveiligheid. Ook was er aandacht voor een veilige werkomgeving voor medewerkers. Binnen de Zorggroep wordt gewerkt met het systeem meldingen incidenten medewerker (MIM). De opvolging van meldingen vindt plaats volgens de PDCA-cyclus. Bij ernstige incidenten kan ondersteuning worden geboden door het bedrijfsopvangteam. In 2025 heeft dit team aanvullende scholing gevolgd in gespreksvaardigheden.

Daarnaast is in 2025 gestart met interne audits op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid op enkele locaties.

Het doel is om in 2026 alle locaties te bezoeken.

Medezeggenschap

De ondernemingsraad (OR) en de centrale cliëntenraad (CCR) hebben een gezamenlijke commissie kwaliteit. In deze commissie worden ontwikkelingen besproken, evenals uitkomsten van bijvoorbeeld kwaliteitsrapportages en cliëntwaarderingsonderzoeken. Ook het kwaliteitsbeeld komt hier aan de orde. In 2026 wordt verder gewerkt aan het gezamenlijk ontwikkelen van dit kwaliteitsbeeld. Daarnaast worden OR en CCR afzonderlijk betrokken bij onderwerpen die specifiek voor hun rol van belang zijn, zoals het plan voor een nieuwe functie van verzorgende zonder VIG-diploma.

In 2025 reflecteerde de professionele adviesraad (PAR) samen met de bestuurder op het eigen functioneren. Dit gesprek werd als waardevol ervaren. De PAR is tevreden over de terugkoppeling op uitgebrachte adviezen, maar ziet ruimte voor verbetering in de opvolging ervan. Met de commissie kwaliteit van de raad van toezicht vinden meerdere keren per jaar gesprekken plaats over ontwikkelingen binnen de organisatie. Daarbij komen onder meer kwaliteitsrapportages en de uitkomsten van cliëntwaarderingsonderzoeken aan bod.

Programmatisch werken

In 2025 werkte de Zorggroep aan meerdere programma’s. Op regionaal niveau ging het om het programma Regiovisie 2030 – Samenredzame gemeenschap en het programma Regiobeeld/plan Noord-Veluwe en Zeewolde.

In de Zorggroep liepen verschillende programma’s, waaronder Samenwerken met informele zorg – We doen het samen, Zorginnovatie en technologie, Duurzaamheid, Ruimte voor de toekomst en Medewerker op één.

In 2025 heeft de projectadviesgroep samen met betrokkenen gewerkt aan het verder professionaliseren van projectmatig en programmatisch werken. Daarbij is meer samenhang aangebracht tussen projecten, waardoor beter overzicht is ontstaan. Doseren, prioriteren en aansluiten bij de strategische koers stonden centraal. Er is een uniforme werkwijze ontwikkeld met een gezamenlijke opzet voor projectdocumenten en een duidelijk proces van aanvraag, planning, uitvoering en evaluatie. Daarnaast is geïnvesteerd in de professionele ontwikkeling van projectleiders. In het kader van de nieuwe strategie wordt in 2026 kritisch gekeken naar het programma- en projectenportfolio van de Zorggroep.

Door de bomen het bos weer zien

Wouter Dijkstra, beleidsadviseur: “Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, zie ik hoe we als organisatie eindelijk meer grip kregen op al onze projecten. Wat me vooral opviel, is hoe hard het nodig was om betere keuzes te maken: er waren zó veel initiatieven dat het totaaloverzicht soms zoek was.

Binnen de projectadviesgroep werkten we daarom aan een gezamenlijke manier van werken, met duidelijke stappen en een gemeenschappelijke taal die iedereen begreep. Voor het eerst konden we projecten echt wegen op risico’s en strategische waarde, en niet alles meer automatisch toevoegen. Ik merkte dat collega’s daardoor ook vaker tussentijds communiceerden over hun voortgang, wat de trots en betrokkenheid zichtbaar vergrootte.”