Goede ondersteuning van ouderen ontstaat niet alleen binnen organisaties, maar juist in de verbinding tussen bewoners, hun netwerk, de buurt en professionals. Dat uitgangspunt vormde de basis voor de regionale samenwerking tussen vier VVT‑organisaties op de Noord‑Veluwe. Na het ontwikkelen van een gezamenlijke visie in 2025 verschuift de aandacht nu naar de vormgeving in de praktijk: een beweging die steeds meer zichtbaar wordt in initiatieven die bijdragen aan vitale gemeenschappen waarin ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen.
Met elkaar voor samenredzaamheid
De Zorggroep werkt samen met drie andere VVT-organisaties op de Noord-Veluwe – Het Baken, De Leliegroep en Viattence – aan het versterken van een samenredzame samenleving. In zo’n samenleving ondersteunen ouderen, hun netwerk en professionals elkaar en nemen zij gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het dagelijks leven en de ondersteuning van ouderen.
De vier organisaties hebben een gezamenlijke visie ontwikkeld op samenredzaamheid. Na deze visievorming is de aandacht verschoven naar de uitvoering. Daarbij gaat het om een beweging waarin verschillende projecten en initiatieven bijdragen aan meer verbinding tussen bewoners, naasten, professionals en de omgeving. Hieronder staan enkele voorbeelden.


Project ‘zorgtriage op afstand’
Triage betekent het snel bepalen wie welke ondersteuning als eerste nodig heeft, zodat mensen met de meest urgente hulpvraag ook als eerste geholpen worden. De vier ouderenzorgorganisaties Viattence, De Leliegroep, Het Baken en de Zorggroep werken samen om deze triage op afstand te organiseren. Het doel is een efficiëntere samenwerking in de avond-, nacht- en weekenduren.
In 2025 liep het project vertraging op door wisselingen in de projectleiding. Daarnaast bleek het organiseren van de juridische randvoorwaarden meer tijd te vragen dan verwacht. Inmiddels zijn de benodigde stappen gezet, is er onder verpleegkundigen een basis van vertrouwen ontstaan en zijn de eerste positieve ervaringen opgedaan met beeldschermcontact via Vcare.
In 2026 ligt de nadruk op het verder op orde brengen van de randvoorwaarden en het regionaal opschalen van het gebruik van Vcare. Ook wordt gewerkt aan een goed functionerende telefonische triage. Daarbij wordt gekeken naar effecten op werkdruk, doorlooptijden, reisbewegingen en doorverwijzingen. Het doel is om de zomerperiode in te gaan met een goed werkende triage op afstand.
Project ‘anders werken in de zorg’
Het project anders werken in de zorg richt zich op het loslaten van vanzelfsprekendheden in het werk. Daarbij staan nieuwe uitgangspunten centraal, zoals ‘bekwaam is inzetbaar’ en het werken volgens de cirkel van vijf. Hierbij wordt eerst gekeken naar wat de oudere zelf nog kan, vervolgens naar ondersteuning door technologie en het netwerk, en pas daarna naar inzet van professionals.
Dit project is één van de manieren waarop organisaties zich voorbereiden op een toekomst waarin personeel schaarser kan worden. Binnen de behandel- en adviesdienst van de Zorggroep wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe werkzaamheden anders georganiseerd kunnen worden wanneer tekorten toenemen.
Voor medewerkers is dit een grote verandering. Zij geven aan dat duidelijke kaders en richting helpend zijn bij het vormgeven van deze nieuwe manier van werken.


Specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijn
De rol van de specialist ouderengeneeskunde in de wijk en bij de huisarts wordt steeds belangrijker, juist in de periode dat cliënten nog zelfstandig wonen. In 2025 is de vindbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde en gedragswetenschappers verbeterd, zodat huisartsen hen makkelijker kunnen raadplegen voor een verwijzing of meedenkconsult.
In Putten is een pilot gestart met een ouderenpoli binnen de huisartsenpraktijk. In 2026 worden de resultaten geëvalueerd en wordt bekeken of voortzetting en uitbreiding mogelijk zijn.
Terugblikkend op 2025 viel op dat er wisselend gebruik werd gemaakt van verwijzingen door de huisarts naar de specialist ouderengeneeskunde en psychologen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de specialisten ouderengeneeskunde door onderbezetting niet altijd beschikbaar waren, waardoor de focus meer intramuraal kwam te liggen. Het beleid is inmiddels aangepast, zodat de Zorggroep beter kan aansluiten bij de behoeften van huisartsen. De beschikbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde wordt nu continu geborgd.
Project ‘wonen met een +’
Het concept ‘wonen met een +’ is bedoeld om de overgang tussen zelfstandig wonen en wonen op een zorglocatie te verkleinen. In dit concept wonen ouderen zelfstandig in een geclusterde woonvorm. De aanvullende voorzieningen – de zogenoemde ‘plus’ – worden georganiseerd door verschillende partners. Onder deze plus vallen voorzieningen op het gebied van preventie, ondersteuning, behandeling, ontmoeting en dienstverlening. Met dit concept streven Het Baken, Viattence, De Leliegroep en de Zorggroep naar vitale leefgemeenschappen waarin ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Het concept is nog in ontwikkeling. Het doel is dat begin 2026 een programma van eisen gereed is.

Wat 2025 bracht — en 2026 vraagt
Wouter Dijkstra – beleidsadviseur kwaliteit – vertelt hoe 2025 is verlopen, welke dynamiek dat opleverde en waar in 2026 verder op gebouwd wordt. Zijn terug- én vooruitblik laten zien hoe de regio zich stap voor stap ontwikkelt.
‘Het regionale werkveld is breed, gelaagd en soms complex. Tegelijk groeit het besef dat we samen verantwoordelijkheid dragen voor gezondheid en welzijn in de regio.’ In 2025 lag de nadruk vooral op het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op samenredzame gemeenschappen. Daarbij gaat het om het versterken van verbindingen tussen inwoners, organisaties en professionals. Zoals Wouter aangeeft, is een gemeenschap niet maakbaar. Zij kan wel gestimuleerd worden. Dat vraagt om manieren van werken die ruimte laten voor samenwerking, initiatief en ontmoeting.
Binnen deze beweging is ook een spanningsveld zichtbaar. De ambitie vraagt om samenwerking en het loslaten van institutioneel denken. Tegelijk kunnen systemen, financiering en organisatiebelangen de ontwikkeling vertragen. Dit vraagt om samenwerking, vertrouwen en de bereidheid om verder te kijken dan het eigen organisatiebelang.
In 2026 wordt de regionale samenwerking verder verdiept. Daarbij komt meer aandacht voor gezamenlijke leeractiviteiten met hogescholen, verdere afstemming via GezondVeluwe en een sterkere verbinding met de strategische koers van de Zorggroep.

Samenredzaamheid krijgt daarnaast een duidelijkere plek in de programmatische sturing van de organisatie. Concrete doelen voor 2026 zijn:
- het structureel inbedden van reablement en inzicht geven in de effecten,
- het ontwikkelen van een nieuwe manier van verantwoorden, met ruimte voor zowel verhalen als cijfers,
- het opnemen van samenredzaamheid in de controlcyclus,
- het opstellen van een gezamenlijke leeragenda met hogescholen en het organiseren van kennissessies.

Studenten onderzoeken samenredzaamheid in en rond locaties
De IJsvogel
Sinds 2025 zijn studenten social work van Hogeschool VIAA actief bij locatie De IJsvogel. Zij onderzoeken hoe ouderen en jongeren op een natuurlijke manier met elkaar in contact kunnen komen. De studenten spreken met bewoners, vrijwilligers en professionals, verkennen bestaande initiatieven en proberen eenvoudige vormen van ontmoeting uit die passen bij het dagelijks leven van bewoners. Daarbij werken zij samen met verschillende partners rond De IJsvogel. De eerste resultaten van dit werk worden in de loop van 2026 verwacht, wanneer ideeën verder worden getest en uitgewerkt.
Sonnevanck
Op locatie Sonnevanck is samen met studenten hbo-verpleegkunde van Hogeschool VIAA onderzoek gedaan naar manieren om de samenredzaamheid op deze locatie te versterken. Dit thema wordt steeds belangrijker door vergrijzing, toenemende complexiteit van hulpvragen en de druk op professionals. In 2025 richtte het onderzoek zich op het verzamelen van perspectieven. Er zijn interviews gehouden met betrokkenen, een buurt-enquête uitgevoerd en een focusgroep met medewerkers georganiseerd. De bevindingen en aanbevelingen worden begin 2026 met de organisatie gedeeld. Op basis daarvan wordt bepaald welke vervolgstappen wenselijk zijn.
