Wensen en behoeften kennen

Goede zorg begint met het kennen van de mens achter de zorgvraag. Als medewerkers weten wat iemand belangrijk vindt, waar iemand vandaan komt en hoe iemand aangesproken wil worden, ontstaat ruimte voor aandacht die aansluit bij het leven van bewoners en cliënten. Het levensverhaal, het open gesprek en de betrokkenheid van naasten spelen daarin een belangrijke rol. Verhalen van cliënten, bewoners en hun naasten laten zien hoe deze uitgangspunten in het dagelijks leven tot uitdrukking komen.

Open gesprek en het levensverhaal

Wanneer ouderen bij de Zorggroep komen wonen, besteden medewerkers aandacht aan hun levensverhaal. Gesprekken gaan bijvoorbeeld over gezin, opleiding en werk, maar ook over persoonlijke kenmerken. Is iemand een groepsmens of juist meer op zichzelf? Welke levensbeschouwing speelt een rol? En hoe wordt iemand het liefst aangesproken? Deze informatie krijgt een plek in het cliëntendossier. Voor medewerkers vormt dit een belangrijke basis om goed aan te sluiten bij wie iemand is en wat voor iemand van betekenis is. 

Annemiek Engel, dagbestedingscoach:
"Ik werk met bewoners met dementie. Door het levensverhaal kan ik veel makkelijker contact leggen. Er ontstaat sneller vertrouwen. Ik weet waar iemand gewerkt heeft, ik ken de namen van de kinderen en ik weet hoe iemand aangesproken wil worden. Dan heb je direct toegang." 

Niet elke locatie werkt op dezelfde manier met levensverhalen. Ook verschilt het belang dat eraan wordt toegekend. Juist omdat kennis van de persoon zo belangrijk is voor passende ondersteuning, vraagt dit onderwerp blijvende aandacht. 

Informele zorg en het open gesprek

De Zorggroep betrekt informele zorg nadrukkelijk bij het dagelijks leven van cliënten en bewoners. Informele zorg bestaat uit de hulp die het sociale netwerk biedt, waaronder mantelzorgers en vrijwilligers. Dat kan gaan om praktische hulp, gezelschap of ondersteuning bij dagelijkse handelingen. 

Het open gesprek met cliënten, bewoners en naasten speelt hierin een belangrijke rol. In dat gesprek komen wensen, mogelijkheden en grenzen aan bod. Zo ontstaat een beter beeld van wat voor iemand passende ondersteuning is. 

Daarbij komen soms verschillende perspectieven samen. Enerzijds is het belangrijk dat wensen en behoeften van bewoners en cliënten goed bekend zijn, zodat medewerkers hierop kunnen aansluiten. Anderzijds vraagt passende ondersteuning ook dat we kijken naar wat iemand zelf nog kan, eventueel met hulp van technologie of naasten, voordat medewerkers taken overnemen. 

Samen als je wil — op jezelf als dat beter voelt

verhalen van cliënten

Hier ben ik alleen, maar nooit eenzaam

“Ik woon nog steeds in mijn eigen huis, maar kom een paar keer per week hier naar de dagbegeleiding. We kennen elkaar inmiddels door en door. Samen sjoelen, koffiedrinken, lachen om de stagiaires; er is altijd gespreksstof. Thuis is het soms stil, maar hier vind ik aanspraak zonder dat er iets moet. De medewerkers weten wie slecht ter been is, wie liever alleen zit, en wie een steuntje in de rug nodig heeft. Elke keer ga ik weer opgewekter naar huis dan ik kwam.”

Soms zoek ik het rumoer juist niet op

“Ik ben hier niet zo vaak als anderen, want ik moet wennen aan alle drukte. Waar de één energie krijgt van sjoelen en samen koffiedrinken, word ik soms juist moe van een volle ruimte. Ik kijk graag even rond, luister mee vanaf de zijkant en voel niet altijd de behoefte om aan te schuiven. De medewerkers laten me daarin vrij: ze nodigen me uit, maar dwingen niets. Ik waardeer het dat ze aanvoelen als een gesprek me te veel wordt. Thuis mis ik soms aanspraak; hier kan ik kiezen of ik erbij wil zijn of niet. Ik bewaak mijn eigen ritme. Pas als ik het zelf wil, sluit ik aan — en dat mag hier gelukkig ook.”

 Informele zorg: we doen het samen!

De Zorggroep wil voorbereid zijn op de toekomst. Daarbij hoort een nauwere samenwerking tussen professionele ondersteuning en de inzet van naasten en vrijwilligers. Die samenwerking verandert de manier van werken binnen de organisatie.

Vanwege de omvang van deze verandering kiest de Zorggroep voor een projectmatige aanpak. Externe coaches vanuit het landelijke programma Waardigheid en Trots ondersteunen dit traject.

In 2025 lag de nadruk op twee doelen. Enerzijds het opzetten van een brede projectstructuur. Anderzijds het vergroten van het bewustzijn binnen de organisatie dat samenwerking met naasten en vrijwilligers een andere manier van werken vraagt. Verschillende werkgroepen hebben aan deze doelen gewerkt.

Waardevol vrijwilligerswerk — al is het soms even zoeken

verhalen van bewoners

Ze brengen leven in de brouwerij

“Sinds ik hier woon, zijn vrijwilligers voor mij een soort vrolijke motor geworden. Ze komen binnen met energie, maken een grap, weten precies wie een duwtje in de rug nodig heeft en wie liever even met rust gelaten wordt. Bij het eten letten ze goed op, zonder dat je het merkt. Als iemand moeite heeft met snijden, springen ze rustig bij. Tijdens activiteiten maken ze echt het verschil: zonder hen zouden veel dingen simpelweg niet doorgaan — van de quiz tot de duofiets.

Vrijwilligers maken het gezellig. Ze vragen hoe het met me gaat, zijn nooit gehaast en maken het licht als de dag zwaar voelt. Ik zie dat ze het echt doen omdat ze het wíllen doen. Dat voel je. En dat maakt dat mijn dagen hier niet alleen verzorgd, maar ook gevuld zijn.

Wat vrijwilligers voor mij betekenen? Ze brengen energie, vrolijkheid en persoonlijke aandacht. Ze maken mijn dag rijker!”

 Het helpt, maar soms gaat het mis

“Vrijwilligers zijn een grote steun, maar soms ook een bron van frictie. Ik ben dankbaar dat hier vrijwilligers zijn, zonder hen zouden er veel minder activiteiten zijn. Maar eerlijk is eerlijk: soms schuurt het. Bijvoorbeeld toen een vrijwilliger riep dat ik ‘zelf wel naar beneden kon lopen’ omdat ze me even had zien staan in mijn kamer. Terwijl ik juist níét zelfstandig mag lopen. Het was goed bedoeld, maar ik voelde me onbegrepen.

Bij sommige activiteiten merk ik dat niet iedereen weet hoe om te gaan met bewoners met geheugenproblemen. Dan wordt iemand te snel aangespoord, of niet goed aangevoeld als iemand iets níét wil. De zorgmedewerkers pakken dit meestal wel op, maar soms blijft het een beetje schuren.

Vrijwilligers zijn belangrijk — onmisbaar zelfs. Maar ik wens wel eens dat ze beter voorbereid zijn, of net iets meer tijd krijgen om onze situatie te leren kennen. Het verschil tussen fijn geholpen worden en je onbegrepen voelen is dun.”

Werkgroepen informele zorg

Werkgroep visie

Een gedragen visie op informele zorg is van groot belang. Samen met mantelzorgers, vrijwilligers en medewerkers is een korte en heldere werkvisie opgesteld met tien uitgangspunten voor de samenwerking met informele ondersteuning. In 2026 wordt deze visie geëvalueerd. Daarbij kijken we ook naar de taal die in de visie wordt gebruikt en of deze goed aansluit bij de praktijk. 

Werkgroep communicatie

Passende communicatievormen kunnen enorm helpen bij een grote ontwikkeling zoals de inzet van informele zorg. De werkgroep ontwikkelde een communicatiestructuur met verschillende middelen om locaties te ondersteunen bij het versterken van de samenwerking met naasten en vrijwilligers. Daarbij is bewust gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij vragen vanuit locaties. 

Als onderdeel hiervan is de factsheet 'We doen het samen!' ontwikkeld. Deze factsheet geeft helderheid over de rol van het netwerk, vrijwilligers en medewerkers. Zo wordt toegelicht welke ondersteuning naasten kunnen bieden aan hun familielid, welke rol vrijwilligers kunnen spelen en hoe de verantwoordelijkheden juridisch zijn geregeld.
In de praktijk blijkt het uitgangspunt om vooral aan te sluiten bij vragen vanuit locaties soms te vertragen: wanneer vragen uitblijven, komt de beweging minder snel op gang. Daarom start in 2026 een gerichte campagne om teams actief te bereiken. Teams ontvangen daarbij concrete suggesties om de samenwerking met naasten en vrijwilligers verder te ontwikkelen. 

Werkgroep klantreis

Inzicht in de reis die de bewoner of cliënt maakt bij het krijgen van zorg helpt om die zorg beter te organiseren. Deze werkgroep kijkt naar de route die een toekomstige bewoner en diens netwerk aflegt vanaf de eerste oriëntatie tot na de verhuizing.
In 2025 is het bestaande proces in kaart gebracht, inclusief procedures en formulieren. Daarbij viel op dat er sprake is van dubbele vragen, onduidelijkheid over rollen en verschillende gebruikte methodieken.
In 2026 ligt de nadruk op een warme ontvangst. Daarbij gaat het vooral om de periode van één week vóór tot twee à drie weken na de verhuizing. Ook worden nieuwe werkprocessen en hulpmiddelen voor gespreksvoering ontwikkeld. 

Werkgroep ICT en community-app

In 2025 is besloten bestaande informatiesystemen beter te benutten voor de communicatie met naasten en vrijwilligers. Er komt geen aparte applicatie. De leverancier van het cliëntendossier ontwikkelt in 2026 een community-app die in het dossier wordt geïntegreerd. De Zorggroep vervult hierbij de rol van aanjager. Het doel voor 2026 is de implementatie van deze applicatie. Daarnaast worden vrijwilligers zichtbaar gemaakt in het rooster zodat hun inzet en uren ook meetbaar zijn. De ambitie is dat minimaal 2% van de formatie op locaties bestaat uit informele ondersteuning. De Zorggroep wil dit aandeel de komende jaren laten groeien. 

Werkgroep doorlopende leerlijn

De veranderde samenwerking tussen formele en informele zorg vraagt om andere vaardigheden en kennis. Deze werkgroep richt zich op het toerusten van medewerkers en vrijwilligers voor de nieuwe manier van samenwerken met naasten en het netwerk. 

In 2025 is de leerbehoefte binnen de organisatie geïnventariseerd. Daaruit blijkt dat medewerkers het belangrijk vinden om verder vaardig te worden in het voeren van gesprekken met het netwerk van bewoners en cliënten. Ook vraagt de samenwerking met naasten en vrijwilligers om een nieuwe manier van kijken naar rollen en verantwoordelijkheden. 

Voor 2026 ligt de nadruk op het ontwikkelen van scholing rond gespreksvoering met het netwerk en het werken met methodieken zoals het ecogram en de cirkel van vijf. Daarnaast wordt gewerkt aan een bekwaamheidsdossier voor vrijwilligers die ondersteuning bieden. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat vrijwilligers goed geïnformeerd worden over hoe bewoners het beste benaderd kunnen worden. Dit draagt bij aan prettig contact en aan de kwaliteit van leven van bewoners. 

Werkgroep thuiszorg

Deze werkgroep richt zich op een betere verbinding tussen thuis wonen en wonen bij de Zorggroep. In 2025 zijn werkwijzen rondom informele ondersteuning binnen de thuiszorg geïnventariseerd en vergeleken met de werkwijzen binnen de woonlocaties. Daarbij is onder meer gekeken naar het gebruik van een ecogram om het netwerk rond een cliënt in kaart te brengen.
Terugkijkend blijkt dat nog niet alle kansen worden benut om de overgang van thuis wonen naar wonen op een locatie goed op elkaar af te stemmen. In 2026 wordt daarom gewerkt met het ecogram en de cirkel van vijf als gezamenlijke methodiek. Daarnaast worden concrete werkafspraken ontwikkeld om de overgang van thuis wonen naar wonen bij de Zorggroep soepeler te laten verlopen. 

(klik op het plaatje voor een vergroting)

Locatiewerkgroepen

Naast de centrale werkgroepen werken locaties met eigen werkgroepen aan de ontwikkeling van samenwerking met naasten en vrijwilligers. Zij doen dit op een manier die past bij hun eigen situatie.  De coaches van Waardigheid en Trots ondersteunen hierbij managers, regieverpleegkundigen, dagbestedingscoaches en de coördinator informele ondersteuning. In 2025 is per locatie een plan van aanpak opgesteld en is gewerkt aan bewustwording en eigenaarschap. Opvallend is dat overtuigingen en weerstand soms een rem vormen op de gewenste beweging. Uitspraken als 'de mantelzorger heeft het al zo druk' of 'de medewerker moet zorgen' laten zien dat het denken hierover nog in ontwikkeling is. Ook verschilt de manier waarop leiding wordt gegeven aan deze verandering per locatie.  
In 2026 ligt de nadruk op het uitvoeren van de locatieplannen, het leren van ervaringen en het waar nodig bijstellen van doelen. 

Reablement 

Reablement draait om doen wat nog wél kan. Het betekent ouderen worden ondersteund om zo veel mogelijk zelf te blijven doen. Het doel is niet om taken over te nemen, maar om mensen te helpen hun zelfstandigheid en zelfvertrouwen te behouden of terug te krijgen. Daarbij kijken medewerkers naar wat iemand wil en kan, en ondersteunen waar dat nodig is. 

Voorbeelden van reablement 

  1. Zelf het ochtendritueel uitvoeren
    Een bewoner oefent met ondersteuning om weer zelf te wassen en aan te kleden.
    Impact: meer zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
  2. Weer naar buiten gaan
    Na een val oefent een bewoner met de fysiotherapeut om weer korte stukjes te lopen. Uiteindelijk kan hij weer zelfstandig naar buiten.
    Impact: meer bewegingsvrijheid en minder angst.
  3. Zelf boodschappen doen
    Een cliënt doet samen met een vrijwilliger boodschappen, maar rekent en pakt zelf in.
    Impact: behoud van vaardigheden en eigen regie.

De Cirkel van 5

In het werken volgens de Cirkel van 5 staan deze 5 vragen centraal:

  1. Wat kan iemand nog zelf?
  2. Wat kan met hulpmiddelen?
  3. Wat kan met hulp van familie of mantelzorg?
  4. Wat kan met hulp van het sociale netwerk, de buurt of vrijwilligers?
  5. Wat kan met hulp van de professional?

(klik op het plaatje voor een vergroting)

Theatergroep Ervarea

Tijdens het congres dat ter ere van twintigjarig bestaan van de Zorggroep heeft theatergroep Ervarea een optreden verzorgd over de veranderingen in de ouderenzorg. Naast plezier maken was het doel ook om meer bewustwording te creëren over de veranderingen.

In 2026 zal Ervarea op veel locaties van de Zorggroep opnieuw een voorstelling verzorgen. Dan komen onder andere de Cirkel van 5 en reablement aan bod.

De rol van naasten: nabijheid of gemis

verhalen van bewoners

 Hun verbondenheid geeft richting aan mijn dag

“Sinds ik hier woon, merk ik pas hoeveel het betekent dat mijn dochters regelmatig langskomen. Ze hoeven niet veel te doen — een boodschap, een kastje uitruimen of gewoon samen een kop koffie drinken — maar hun aanwezigheid brengt rust.

Ze kennen me beter dan welke zorgmedewerker ook. Ze vullen aan wat ik soms niet kan zeggen. Als er iets besproken moet worden met de zorg, pakken zij dat op. Ze helpen me keuzes te maken, denken mee zonder te duwen en zorgen dat mijn wensen niet ondergesneeuwd raken. Het voelt alsof ze een zachte schil om me heen vormen: ik leef mijn leven hier, maar zij houden de draad vast met wie ik was. Die verbinding maakt me niet afhankelijker, maar juist zekerder.

Waar zorgmedewerkers me helpen met mijn lichaam, helpen mijn dochters me met mijn verhaal. En dat voelt als de meest vanzelfsprekende zorg die er is.”

 Ik red me, maar soms voelt het stil om me heen

“Ik heb twee kinderen, maar die komen nog maar zelden. De één woont ver weg, de ander heeft al jaren afstand genomen. Ik zeg tegen de zorg dat het goed gaat, en dat is ook zo: ik ben zelfstandig en krijg hulp waar nodig. Maar soms voel ik ook de leegte van wat er niet is.

De medewerkers doen hun best, daar ligt het niet aan. Ze luisteren en helpen met alles wat praktisch is. Maar sommige dingen kun je niet uitbesteden: de kleine herinneringen, het weten hoe ik vroeger werkte, dat iemand begrijpt waarom ik dingen op mijn manier doe.

Ik ben niet eenzaam, maar mis soms iemand die mijn verleden kent. De zorg mij kent mij zoals ik nu ben, maar niet zoals ik vroeger was. Naasten kunnen dat wél, maar als ze er niet zijn, probeer je dat stuk zelf te dragen. Toch zoek ik mijn weg: ik vind aansluiting bij andere bewoners, ik doe vrijwilligerswerk, ik probeer het gemis niet te groot te laten worden. Je leert jezelf opnieuw vasthouden — ook als dat zonder familie is.”

Van bewustwording naar beweging

2025 voelde voor Anne Marie Bakker – manager welzijn en projectleider informele zorg – als een jaar van zorgvuldig duwen en enthousiast trekken tegelijk. Terwijl in de organisatie nog werd gezocht naar woorden, systemen en ruimte, groeide het besef dat informele zorg meer was dan een projectje. "We wilden niets opleggen, maar de beweging laten ontstaan."

In inspirerende bijeenkomsten voor medewerkers, familieleden en vrijwilligers is het nieuwe samen zorgen verkend en bekendgemaakt. De werkgroepen zijn van start gegaan met uiteenlopende thema's en bijbehorende opdrachten: van visievorming tot het ontwikkelen van een community‑app, van klantreis tot leerlijn. Soms liep het stroef — AFAS haperde, denkbeelden botsten en medewerkers moesten wennen aan loslaten — maar elke stap vooruit gaf nieuwe energie. Er kwam steeds meer enthousiasme en er ontstonden mooie ideeën om de samenwerking met naastbetrokkenen van bewoners én met vrijwilligers te versterken.

"Het voelt soms als topsport, maar wel met prachtige kleine overwinningen."

Steeds vaker dacht Annemarie: we zijn het gewoon écht aan het doen. Wat begon als bewustwording groeide uit tot een organisatie die durft te experimenteren en te leren, met kleine stappen die samen een grote beweging vormen. Zo werd 2025 het jaar van bewustwording en plannen maken om, vanuit waarden gedreven, te werken aan een gelijkwaardige samenwerking waarin zorgvrager, naasten, vrijwilligers en beroepskrachten een team vormen, waarin iedereen zich erkend en gekend voelt. 

Verhuizen naar een locatie van de Zorggroep

verhalen van bewoners

Alsof ik op vakantie ging

De dag dat ik moest verhuizen, ging in een roes voorbij. ’s Ochtends kwam de dokter, ’s middags stond mijn dochter met een koffer voor de deur. Ik zei maar dat ik ‘op vakantie ging’, anders hield ik het niet droog.

Het wennen duurde weken: deuren die hier niet op slot gaan, routines die ineens anders lopen. Maar de warmte van de medewerkers, hun grapjes en de dagelijkse ritmes maakten dat ik langzaam durfde te landen. Nu voel ik ruimte om mijn plek opnieuw vorm te geven.”

Ik had meer tijd nodig om afscheid te nemen

“Bij mij ging het juist te snel. Op maandagochtend hoorde ik dat er een plek vrij was en op vrijdag zat ik hier al. Terwijl ik nog midden in het sorteren van mijn spullen zat, moest ik keuzes maken over wat mee kon en wat achterbleef. Ik voelde me geleefd. De eerste weken keek ik vooral om me heen: nieuwe gezichten, nieuwe geluiden, een kamer die nog niet van mij voelde. Pas toen een verzorgende me hielp foto’s op te hangen en mijn kleed neerlegde, zakte de spanning weg. Langzaam begon het te voelen alsof niet alles was afgepakt, maar dat er iets nieuws ontstond waar ik me aan kon hechten.”

Langzaam werd het mijn plek

"De verhuizing ging sneller dan ik had gehoopt. Binnen één dag verhuisde ik van mijn vertrouwde appartement naar mijn nieuwe kamer. De eerste weken was ik erg onrustig: deuren die niet op slot kunnen, dat kende ik nog niet. Terugkijkend hielpen de medewerkers me door die fase heen. Ze kwamen even zitten, een praatje maken. Daardoor voelde ik me gezien. Dat gaf vertrouwen. Gaandeweg durfde ik deel te nemen aan activiteiten en ontmoette ik andere bewoners. De drempel werd steeds lager. Nu merk ik dat ik hier echt kan wonen. Het is niet meer iets wat me overkwam — het is een plek die bij me past." 

Eindelijk viel de angst weg 

“Ik had al maanden het gevoel dat het thuis niet meer ging. Steeds bang om te vallen, ’s nachts wakker van elk geluid, en mijn dochter durfde me eigenlijk niet meer alleen te laten. Toen de arts zei dat wonen in het verpleeghuis beter was, voelde ik voor het eerst geen weerstand, maar opluchting. Hier is altijd iemand in de buurt. ’s Nachts durf ik weer te slapen. Ik hoef niet meer stoer te doen of te verbergen dat het me niet lukt. Het geeft rust dat de zorg me ziet en dat mijn dagen weer licht en overzicht krijgen.”

Intimiteit en seksualiteit 

Als mensen afhankelijk worden van ondersteuning kan dat invloed hebben op hoe zij hun leven ervaren. Sommigen vinden het moeilijk om zingeving te blijven ervaren. De Zorggroep wil bijdragen aan een betekenisvol leven. Daarbij staat niet iemands aandoening centraal, maar het mens-zijn. Dat betekent aandacht voor alle aspecten van het leven: lichamelijk, mentaal en spiritueel. Intimiteit en seksualiteit horen daar vanzelfsprekend bij. Om dit te ondersteunen is beleid ontwikkeld en een werkgroep ingesteld die het onderwerp onder de aandacht houdt. 

Het doel van de werkgroep is het beleid rondom intimiteit en seksualiteit in de organisatie te verankeren. In 2025 is de e-learning over dit onderwerp gedeeld binnen de Zorggroep. Ook zijn richtlijnen opgesteld voor het omgaan met grensoverschrijdend gedrag en zijn intervisiebijeenkomsten georganiseerd voor aandachtsvelders. Het onderwerp krijgt daardoor steeds meer een plek in de dagelijkse praktijk. Via intranet en via de aandachtsvelders blijft het gesprek hierover gaande. Zo staat februari in het teken van liefdevolle momenten. Dit krijgt vorm in verschillende activiteiten voor bewoners en cliënten. Op een locatie werd bijvoorbeeld de gezamenlijke ruimte aangekleed met bruidsjurken en pakken. Ook wordt via intranet aandacht besteed aan kleine gebaren waarmee medewerkers in het dagelijks werk ruimte kunnen geven aan nabijheid en aandacht. 

In 2026 ligt de nadruk op verdere deskundigheidsbevordering van medewerkers. Daarnaast werkt de werkgroep aan het versterken van een respectvolle en veilige omgeving voor cliënten. Ook wordt geïnvesteerd in het ondersteunen van aandachtsvelders en regieverpleegkundigen bij hun rol in dit onderwerp. 

Activiteiten

Activiteiten dragen bij aan een aangename en betekenisvolle dag. Dit geldt voor cliënten die thuis wonen en deelnemen aan activiteiten binnen de dagbesteding, en voor bewoners van de woonlocaties. Voor de doelgroep psychogeriatrie is samen met het Trimbos-instituut een proef gestart. Binnen deze pilot worden strategieën ontwikkeld en toegepast voor betekenisvolle groepsactiviteiten voor mensen met dementie. Tegelijk wordt onderzocht hoe deze aanpak in de praktijk werkt en wat zij oplevert voor bewoners. 

SI-behandeling bij complexe hulpvragen

De therapeuten sensorische informatieverwerking – SI-therapeuten –  hebben in 2025 beleid ontwikkeld voor het toepassen van SI-behandeling in de Zorggroep. Dit is één van de antwoorden op de toenemende complexiteit van de hulpvragen van bewoners. Onbegrepen gedrag komt vaak voor, bijvoorbeeld als bewoners snel boos of geïrriteerd raken of zich juist steeds meer terugtrekken. SI-behandeling helpt om onbegrepen gedrag beter te begrijpen door de prikkelverwerking systematisch in kaart te brengen. Via observaties, analyses en multidisciplinaire interventies ontstaat meer comfort voor bewoners en meer handelingsruimte voor teams. Dit leidt vaak tot meer rust, minder stress en een beter afgestemde begeleiding.

In 2026 ligt de nadruk op het vergroten van kennis over sensorische informatieverwerking en onbegrepen gedrag binnen de organisatie. Daarnaast wordt gewerkt aan een meer multidisciplinaire toepassing van SI-behandeling.

Vele vormen van zelfstandigheid

verhalen van bewoners

Laat mij het zelf proberen

Vijf maanden woont hij nu in het verpleeghuis: een man van 79 jaar, vastberaden om zijn eigen leven zoveel mogelijk zelf te blijven sturen. Zelfstandigheid is voor hem een kernbehoefte. Hij kiest er bewust voor om zoveel mogelijk zelf te blijven doen: douchen, aankleden, lopen met de rollator. De zorg sluit aan bij zijn tempo en stimuleert hem zonder te duwen.

“Ze laten me niet zwemmen, maar nemen ook niet alles over. Dat is precies wat ik nodig heb.” ’s Morgens vraagt hij soms hulp als zijn benen nog te stijf zijn. De rest van de dag zoekt hij bewust zijn eigen grenzen op. “Als je dingen zelf kunt blijven doen, voel je je mens. Die ruimte krijg ik hier.” Voor hem is zelfstandigheid geen prestatie, maar een manier om zijn identiteit vast te houden.

Loslaten met mildheid

Een vrouwelijke bewoner van 84 woont sinds elf maanden in een locatie van de Zorggroep. Zelfstandigheid was vroeger vanzelfsprekend: ze runde een gezin, werkte in de winkel en hield alles draaiende. Door haar achteruitgaande gezondheid is haar kijk daarop veranderd. “Ik heb zó lang alles zelf gedaan. Nu vind ik het soms juist een opluchting dat het niet meer hoeft.” Ze doet nog graag kleine dingen zelf, zoals thee zetten of haar kleding uitzoeken. Maar als iets te zwaar wordt, vraagt ze zonder schaamte om hulp. “Ik ben niet minder mens als ik iets niet meer kan. Ik ben rustiger als ik het niet forceer.”

De zorgmedewerkers herkennen haar grenzen en nemen over waar nodig. Daardoor voelt ze zich veilig, niet afhankelijk. ’s Avonds, als de vermoeidheid komt, laat ze veel liever aan anderen over — van haren kammen tot steunkousen en medicijnen. Voor haar voelt dat als samenwerken, niet als opgeven. “Mijn zelfstandigheid zit nu meer in kiezen wat ik wíl, niet in alles zelf móeten.” Zelfstandigheid betekent voor haar nu vooral mildheid voor zichzelf. Dat is óók waardigheid.

Project open deuren

Het project open deuren is erop gericht dat bewoners die leven met dementie zich vrijer kunnen bewegen, binnen en rond de locatie. Dit vergroot hun welzijn. Het doel is om de juiste randvoorwaarden te creëren en locaties te begeleiden bij het openstellen van afdelingen. De Wet zorg en dwang vormt hierbij een belangrijk kader.

Een aantal locaties heeft een start gemaakt met het openen van de deuren voor bewoners met dementie. Op de Amaniet geldt dat voor de hele locatie.  Hieraan ging een zorgvuldige voorbereiding vooraf, waarbij ook naasten nauw zijn betrokken. Onderwerpen zoals het gebruik van technologie (bijvoorbeeld GPS-trackers), vermissingsprotocollen, juridische verantwoordelijkheid en het bespreken en vastleggen van risico’s kregen veel aandacht.

De start van het organisatiebrede project in 2025 verliep moeizaam. Wisselingen binnen de projectgroep en beperkte beschikbare tijd speelden daarbij een rol. Later in het jaar kwam er meer voortgang, mede door aanpassingen in de projectstructuur.

Familieleden zijn gedurende het traject actief betrokken. Hoewel zij de achterliggende gedachte van open deuren begrijpen, leven er ook zorgen over veiligheid. Door steeds het welzijn en de bewegingsvrijheid van bewoners centraal te stellen, ontstaat ruimte om verschillende perspectieven met elkaar te verbinden.

Vanuit de professionele adviesraad (PAR) nam een lid deel aan de projectgroep. De ondernemingsraad en de centrale cliëntenraad zijn gedurende het traject geïnformeerd over de voortgang. De PAR spreekt steun uit voor het project en ziet het als een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan het welzijn van bewoners.

In de loop van 2026 worden de deuren van alle locaties waar mensen met dementie wonen geopend. Locaties besteden daarbij aandacht aan het betrekken van de buurt, op een manier die past bij de eigen omgeving en situatie.