Wat hebben we bereikt voor cliënten?

Zorg die echt aansluit, begint bij het kennen van de mens achter de zorgvraag. Wat voor iemand belangrijk is, hoe het leven wordt ingevuld en welke mensen daarin een rol spelen, vormen het vertrekpunt. In de praktijk betekent dit dat we steeds kijken naar wat mogelijk is: wat iemand zelf kan, waar ondersteuning helpend is en hoe we samen met naasten en vrijwilligers het verschil maken.

Open gesprek en het levensverhaal

Als ouderen in een locatie van de Zorggroep komen wonen, is er bewust aandacht voor hun levensverhaal. In gesprekken gaat het over wat iemand heeft meegemaakt, wat belangrijk is en hoe iemand het liefst leeft. Deze informatie wordt vastgelegd in het cliëntendossier en helpt medewerkers om goed aan te sluiten bij wie iemand is en wat voor iemand betekenisvol is. Het werken met levensverhalen krijgt steeds meer een plek in de praktijk, al verschilt de invulling per locatie. Juist omdat deze kennis zo belangrijk is voor passende ondersteuning, blijft dit onderwerp aandacht vragen.

“Door het levensverhaal kan ik veel makkelijker contact leggen. Ik weet waar iemand gewerkt heeft, ik ken de namen van de kinderen en ik weet hoe iemand aangesproken wil worden. Dan heb je direct toegang.”
— een dagbestedingscoach

Ook informele zorg speelt een belangrijke rol. Naasten en vrijwilligers dragen op verschillende manieren bij aan het dagelijks leven van cliënten. Het open gesprek helpt om wensen, mogelijkheden en grenzen helder te krijgen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat iemand nodig heeft, maar ook naar wat iemand zelf nog kan, eventueel met hulp van naasten of technologie. Zo ontstaat een beter beeld van passende ondersteuning.

Het open gesprek en het werken met levensverhalen blijven zich ontwikkelen. Naasten kunnen een grotere rol spelen bij het actueel houden, terwijl meer inzicht voor vrijwilligers het contact kan versterken. Hier gaan we mee aan de slag.

Zelf doen wat kan

Cliënten verschillen in wat zij nodig hebben en wat zij zelf kunnen en willen blijven doen. Daarom kijken we steeds opnieuw wat passend is. Het uitgangspunt is dat cliënten zoveel mogelijk zelf blijven doen wat nog lukt. Waar dat nodig is, ondersteunen we daarbij en zoeken we samen naar wat helpt. Zo ontstaat een goede balans tussen zelfstandigheid en samen doen.

In 2025 hebben we verder gewerkt aan reablement: een manier van werken die gericht is op het versterken van zelfstandigheid. In plaats van taken over te nemen, leren medewerkers samen met cliënten te kijken naar wat iemand nog zelf kan en hoe dat ondersteund kan worden. Dat vraagt om een andere manier van werken en om nieuwe vaardigheden in de dagelijkse praktijk.

“We nemen het niet zomaar over. We kijken eerst wat iemand zelf nog kan. Soms lukt dat met wat ondersteuning, dat geeft mensen vaak meer vertrouwen.”
— een medewerker

Tegelijk zien we dat zelfstandigheid er voor iedereen anders uitziet. Voor de één betekent het zelf keuzes maken, voor de ander gaat het om kleine handelingen blijven doen of betrokken blijven bij het dagelijks leven. Door steeds aan te sluiten bij de mogelijkheden en wensen van cliënten, ontstaat ondersteuning die past bij ieders situatie en ruimte laat voor eigen regie.

We doen het samen

In 2025 hebben we verder gebouwd aan een manier van werken waarin we samen met bewoners, naasten én vrijwilligers optrekken. Met de Cirkel van 5 kijken we steeds eerst naar wat iemand zelf kan en wat het netwerk kan betekenen, voordat professionele zorg wordt ingezet.

Deze beweging vraagt een andere manier van denken en werken binnen teams, waarin de samenwerking met informele zorg vanzelfsprekender wordt. Vrijwilligers spelen hierin een belangrijke rol: zij brengen niet alleen ondersteuning, maar juist ook aandacht, energie en contact in het dagelijks leven van bewoners.

“Wat vrijwilligers voor mij betekenen? Ze brengen energie, vrolijkheid en persoonlijke aandacht. Ze maken mijn dag rijker.”
– een bewoner

Om deze verandering inzichtelijk en bespreekbaar te maken, is theatergroep Ervarea ingezet. Met hun voorstellingen lieten zij op een herkenbare en toegankelijke manier zien wat deze manier van werken in de praktijk betekent.

Zo werken we stap voor stap aan een betekenisvoller dagelijks leven voor bewoners, waarin zorg en welzijn meer in balans zijn.

Aandacht voor wat er echt toe doet

Aandacht voor wat het leven betekenisvol maakt stond centraal — juist op momenten van verandering en bij persoonlijke thema’s zoals nabijheid en intimiteit.
Verhuizen naar een woonlocatie is vaak ingrijpend. Voor de één voelt het als een grote stap, voor de ander brengt het juist rust. Bewoners vertelden hoe belangrijk het is dat er ruimte is voor hun verhaal en hun tempo.

“Het wennen duurde weken… maar de warmte van medewerkers maakte dat ik langzaam durfde te landen.”
– een bewoner

Tegelijk werd zichtbaar hoe passende ondersteuning ook veiligheid en verlichting kan geven:

“Toen de arts zei dat wonen in het verpleeghuis beter was, voelde ik geen weerstand, maar opluchting.”
– een bewoner

Ook rondom intimiteit en seksualiteit zijn stappen gezet. Het onderwerp krijgt steeds meer een plek in de dagelijkse praktijk, met aandacht voor bewustwording, deskundigheid en het goede gesprek. Zo groeit de aandacht voor zorg die niet alleen goed geregeld is, maar vooral recht doet aan wat voor bewoners echt belangrijk is.

Nieuwsgierig naar wat bewoners ons nog meer vertelden? Lees het in ons Kwaliteitsbeeld 2025.

Behandeling complexe hulpvragen

De therapeuten sensorische informatieverwerking – SI-therapeuten –  hebben in 2025 beleid ontwikkeld voor het toepassen van SI-behandeling in de Zorggroep. Dit is één van de antwoorden op de toenemende complexiteit van de hulpvragen van bewoners.

Onbegrepen gedrag komt vaak voor, bijvoorbeeld als bewoners snel boos of geïrriteerd raken of zich juist steeds meer terugtrekken. SI-behandeling helpt om onbegrepen gedrag beter te begrijpen door de prikkelverwerking systematisch in kaart te brengen. Via observaties, analyses en multidisciplinaire interventies ontstaat meer comfort voor bewoners en meer handelingsruimte voor teams. Dit leidt vaak tot meer rust, minder stress en een beter afgestemde begeleiding.

In 2026 ligt de nadruk op het vergroten van kennis over sensorische informatieverwerking en onbegrepen gedrag binnen de organisatie. Daarnaast wordt gewerkt aan een meer multidisciplinaire toepassing van SI-behandeling.

Meer vrijheid door open deuren

Met het project Open Deuren werken we aan meer bewegingsvrijheid voor bewoners met dementie, in én rond de locaties van de Zorggroep. Dit draagt bij aan hun welzijn. De Wet zorg en dwang vormt hierbij een belangrijk kader.

Op meerdere locaties zijn stappen gezet; op de Amaniet zijn de deuren inmiddels volledig geopend. Dit vroeg om een zorgvuldige voorbereiding, met aandacht voor technologie, vermissingsprotocollen, verantwoordelijkheden en het bespreken van risico’s. Ook naasten zijn hierin actief betrokken.

De start van het project kende eerst wat uitdagingen maar later in het jaar kwam er meer voortgang. Familieleden onderschrijven het belang van bewegingsvrijheid, al leven er soms ook zorgen over veiligheid. Door het welzijn van bewoners centraal te stellen, ontstaat ruimte om deze verschillende perspectieven te verbinden.

In de loop van 2026 worden de deuren van alle locaties waar mensen met dementie wonen geopend. Locaties besteden daarbij aandacht aan het betrekken van de buurt, op een manier die past bij de eigen omgeving en situatie.