Inzicht in kwaliteit begint bij goed kijken en luisteren naar de dagelijkse praktijk. Wat ervaren cliënten en naasten? Wat zien medewerkers in hun werk? En wat leren we daarvan?
In 2025 hebben we deze inzichten bewust bij elkaar gebracht. Door ervaringen, cijfers en signalen te combineren, ontstaat een completer beeld van wat goed gaat en waar het beter kan. Dat helpt ons om gericht te verbeteren en keuzes te maken die bijdragen aan goede zorg en ondersteuning.
Wat cliënten en naasten ervaren
Om goed zicht te houden op de kwaliteit van zorg en ondersteuning, luisteren we naar de ervaringen van cliënten en naasten en combineren we deze met inzichten uit de praktijk. Twee belangrijke bronnen zijn de zorgrelatiegesprekken en het cliënttevredenheidsonderzoek.
Zorgrelatiegesprekken
In gesprekken met cliënten en naasten halen we op hoe zij de zorg ervaren. Deze gesprekken geven inzicht in wat goed gaat en wat beter kan. De ondersteuning wordt gemiddeld beoordeeld met een 8,4. Van de gesproken cliënten en naasten geeft 95% aan tevreden te zijn.
Cliënten en naasten waarderen vooral de betrokkenheid en deskundigheid van medewerkers en het gevoel van vertrouwen. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. Zo willen sommigen beter betrokken worden bij afspraken over de zorg en is er behoefte aan meer persoonlijke aandacht. Ook kunnen activiteiten nog beter aansluiten bij individuele wensen en worden verbeteringen in de woonomgeving genoemd.
Cliënttevredenheidsonderzoek
Uit het cliënttevredenheidsonderzoek komt een gemiddeld cijfer van 8,19 naar voren. De thuiszorg scoort iets hoger dan de zorg in de woonzorglocaties. De meeste cliënten en naasten geven aan dat zij de Zorggroep zouden aanbevelen.
Het onderzoek bevestigt het beeld uit de gesprekken: er is veel waardering, met tegelijkertijd aandacht voor verdere verbetering.


Inzicht en verbeteren van kwaliteit
De Zorggroep gebruikt verschillende instrumenten om de kwaliteit van ondersteuning en behandeling te volgen en te verbeteren. Denk aan incidentmeldingen, audits, klachtenregistratie, infectiepreventie en monitoring van de Wet zorg en dwang. De uitkomsten worden regelmatig besproken binnen teams, management en medezeggenschap en leiden tot gerichte verbeteracties.
In 2025 kregen interne audits een meer waarderende aanpak (Safety II): wat gaat goed en hoe bouwen we daarop voort? Dit leverde waardevolle inzichten op en vergrootte het kwaliteitsbewustzijn in teams. Tegelijk blijft het borgen en opvolgen van verbeterpunten een punt van aandacht.
Externe audits bevestigden het positieve beeld. Locaties zoals Klimop en Brem behielden hun HKZ-certificaat en hospice Jasmijn het Prezokeurmerk. Vooral de betrokkenheid van cliënten en naasten en de samenwerking rond innovatie vielen op.
Grip op veranderen
De Zorggroep werkt steeds meer projectmatig om veranderingen in goede banen te leiden. Niet als doel op zich, maar om bewuste keuzes te maken: wat pakken we op, wat doen we later en wat past echt bij onze koers?
Deze manier van werken zorgt voor meer samenhang. Projecten sluiten beter op elkaar aan en beschikbare mensen en middelen worden gerichter ingezet. Daardoor kunnen verbeteringen sneller én zorgvuldiger worden doorgevoerd.
In 2025 is meer structuur aangebracht, onder andere door met een gezamenlijke werkwijze te werken en innovaties centraal te beoordelen. Zo wordt voorkomen dat losse initiatieven ontstaan en blijft de focus op wat echt bijdraagt aan goede zorg.
Een belangrijke les is dat niet alles tegelijk kan. Omdat veel verbeteringen nu in uitvoering zijn, worden nieuwe initiatieven bewust gefaseerd gestart. Dit helpt om veranderingen haalbaar en duurzaam te houden.
In 2026 ligt de nadruk op scherpe keuzes maken en het verder versterken van samenhang, zodat verbeteringen merkbaar blijven voor cliënten en medewerkers.


Gerichte stappen naar blijvende verbetering
Na het bezoekt van de IGJ eind 2024 aan locatie Sonnevanck, is in 2025 volop ingezet op verdere verbetering. Op basis van een cultuuronderzoek is gestart met een Sonnevanckbrede verbeteraanpak. Omdat dit nog niet het gewenste resultaat opleverde, is ervoor gekozen het eigenaarschap voor verbeteringen nadrukkelijk bij de teamleiders te beleggen. Iedere locatiemanager werkte dit uit in gerichte verbeteracties binnen het jaarplan.
De IGJ heeft inmiddels het vertrouwen uitgesproken dat de juiste aandacht besteed wordt aan de verbeterpunten. De IGJ kan in 2026 besluiten nogmaals te toetsen of de verbeteringen voldoende zijn geborgd.
Innovatie die werkt in de praktijk
In 2025 werkte de Zorggroep gericht aan de invoering van 3 innovaties: spraakgestuurd rapporteren, beeldzorg en Helpsoq. Deze zullen uiterlijk eind 2026 breed worden ingezet. Tegelijk werd het innovatieplatform verder ontwikkeld en zijn nieuwe toepassingen verkend, zoals smart glasses en slimme incontinentiematerialen.
De voortgang verschilde per innovatie. Beeldzorg kreeg binnen de thuiszorg snel meer draagvlak: medewerkers zien de meerwaarde en passen het steeds vaker toe, bijvoorbeeld bij vragen rond welzijn. Spraakgestuurd rapporteren is technisch beschikbaar, maar wordt nog beperkt gebruikt. Medewerkers worden hierin stap voor stap ondersteund. Helpsoq is getest en voorbereid, waarbij vooral de aansluiting op bestaande systemen aandacht vroeg.
Een pilot met slimme incontinentiematerialen laat zien dat technologie direct kan bijdragen aan meer comfort voor bewoners en minder werkdruk voor medewerkers, vooral in de nacht.
Tegelijk blijft tijd een belangrijke factor: in de dagelijkse zorg is ruimte voor innovatie niet vanzelfsprekend. Voor 2026 ligt de focus op het verder invoeren van de gekozen innovaties, het beter ondersteunen van teams en het duurzaam borgen van succesvolle toepassingen.


Het ging niet allemaal vanzelf…
Niet alles wat we ons hadden voorgenomen in 2025 is gelukt. Dat heeft niet alleen te maken met wat wij doen, maar ook met de werkelijkheid waarin we werken. De zorg voor ouderen wordt complexer en laat zich steeds minder goed plannen. Dat vraagt van onze medewerkers voortdurend afwegingen: wat is hier en nu het beste voor deze bewoner?
Juist door stil te staan bij wat schuurt of anders loopt dan verwacht, leren we. We zien waar onze manier van werken nog beter kan, waar samenwerking anders moet en waar we onze professionals meer ruimte willen geven om te doen wat nodig is. Die inzichten nemen we mee naar 2026.
